deck

onzijdig (het)/dɛk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kaartspel (kaartspel) een stapel speelkaarten, stock
  2. sport (sport) skateboard
  3. techniek (techniek) cassettedeck of tapedeck

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels (wat op zijn beurt etymologisch hetzelfde woord is als dek). In de betekenis van ‘band- of cassetteapparaat zonder versterker’ voor het eerst aangetroffen in 1979

Vertalingen

Engelspack of playing-cards