decoratie

vrouwelijk (de)/dekoˈra(t)si/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. versiering
    In de kerstboom werd decoratie gehangen.
    `Ik weet het; zei de majordomus. 'Het was ijdele hoop dat dit u zou ontgaan. Ik vraag u met klem de grootmoedigheid op te brengen om mijn nederige excuses te aanvaarden. Deze uit de toon vallende decoratie is het jammerlijke gevolg van het enthousiasme van de nieuwe eigenaar.'
    Omringd door kale muren met een enkel kruis dat als decoratie diende.
  2. een onderscheiding, ridderorde, lintje
    Als ik zie wie er allemaal een decoratie krijgen, weet ik nogmaals dat ik er nooit een zou hoeven!!

Etymologie

*afgeleid van het Franse décoration of daarvoor van het Latijnse 'decorātiō'

Vertalingen

Engelsdecoration
Fransdécoration
Spaansalhaja, decoración, decorado