decorbouw
mannelijk (de)/deˈkɔːrbɑu/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het maken van de achtergrond voor een toneelstuk, film of voorstellingDe Toppers hebben dus op het oog goud in handen. Met ticketprijzen die tussen de 45 en 75 euro liggen, halen ze zeker 3 miljoen euro per avond op. Nu kost de huur van de ArenA ook het nodige, om nog niet te spreken van de overige kosten voor personeel en bij De Toppers gaat ook veel geld naar zaken als decorbouw en kostuumontwerp.de Telegraaf 25 mei 2017„Wij nemen geen extra maatregelen naar aanleiding van de gebeurtenissen in Steenwijkerwold. Aan al onze leveranciers worden altijd al strenge eisen gesteld”, zegt Bollmann. „Dan heb ik het natuurlijk over de tentenbouwers, maar ook over de decorbouwers en dat soort zaken.”de Telegraaf KIM KLONIA, DE 08 nov. 2012
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek