decorum
onzijdig (het)/deˈkorʏm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de uiterlijke waardigheidWij moesten ons decorum bewaren.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘fatsoen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1650
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek