Dek
onzijdig (het)/dɛk/
Wat is de betekenis van Dek?
Dek betekent: laag die of vlak dat iets van boven afsluit:
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- laag die of vlak dat iets van boven afsluit:
- (scheepvaart) een verdieping op een schip, scheepsdek
- deken (voor mens of dier)
- laag van haren of veren op de rug van een dier (-> verendek
Voorbeelden van "Dek" in een zin
- Op de huizen lag een dek van sneeuw wat er heel romantisch uitzag.
- De derde klas passagiers waren verzameld op het laagste dek van het schip.
- Als ik dik in de poen zat, lag ik wel met mijn kont op het dek van een superjacht in Marbella, waar?
- Ik legde een dek op het bibberende paard.
Etymologie
* In de betekenis van ‘bedekking’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Uitdrukkingen
- Alle hens aan dek
Vertalingen
Engelsdeck
Franspont
DuitsDeck
Spaanscubierta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek