dekstuk
onzijdig (het)/'dɛkstʏk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- steen die metselwerk bedektDeksteen, ml. Arduinen steen, die het metselwerk van eenen duiker of van een bas bedekt..... coulissen en deksteenen (Rek. 1878 der groote westwatering).- Zie: dekstuk.Dekstuk, o. Hetzelfde als deksteen. Arduinen dekstukken (Rek. 1879 der Watering Eijensluis Gr. Reygersvliet). Tubantia (1882-1890)–Taco H. de Beer [https://www.dbnl.org/tekst/beer004onze01_01/beer004onze01_01_0050.php Woorden en Vaktermen uit West-Vlaanderen.]Op de rechthoekige tombe staat een aedicula, bestaande uit vier achtkante pijlers met korintische kapitelen en een dekstuk in Lodewijk xiv stijl, waarvan de voorzijde tot een half rond fronton is opgebogen. Tubantia (1965)–E.J. Haslinghuis, C.J.A.C. Peeters [https://www.dbnl.org/tekst/hasl001domv01_01/hasl001domv01_01_0005.php De Dom van Utrecht]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek