delegaat

mannelijk (de)/delə'ɣat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gezant term vooral gebruikt in de rooms-katholieke kerk
    De Nederlandse overste van de congregatie van Salesianen Herman Spronck is ontslagen. Dat maakte Jos Claes, provinciaal van Salesianen van Don Bosco in Brussel vandaag bekend in het RTL Nieuws. 'Spronck mag geen enkele protocollaire taak meer vervullen. Hij is geen delegaat meer in Nederland', aldus Claes. Het Parool 23 mei 2011 [https://www.parool.nl/nieuws/salesiaan-spronck-ontslagen~bd1a1bcb/ Salesiaan Spronck ontslagen]
    Door Gregorius XVI werd de jeugdige, reeds tot de pre latuur verheven priester als apostolisch delegaat gezonden naar Benevento, het stuk pauselijke grond dat in het koninkrijk Napels besloten lag. In 1841 vertrok hij naar Perugia als delegaat voor het daartoe behoorende gedeelte van Umbrië. (1903)–H.J.A.M. Schaepman [https://www.dbnl.org/tekst/scha024mens05_01/scha024mens05_01_0015.php Menschen en boeken. Verspreide opstellen. Deel 5]

Etymologie

* uit het Frans