deltahoogte
vrouwelijk (de)/'dɛltahoxtə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (waterbeheer) de vereiste hoogte zoals vastgesteld op grond van de Deltawet die van kracht was tussen 1957 en 2005. (ongeveer 12 meter boven NAP voor de Nederlandse dijken aan de Noordzee)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek