demagogie

vrouwelijk (de)/demaɣo'ɣi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek (politiek) het ophitsen van de massa door leugenachtige voorstellingen meestal met een politieke bedoeling
    Zij weten, dank zij de ervaringen van de heren Goebbels en consorten, dat geen dwaasheid te dom en geen demagogie te grof kan zijn om onaanvaardbaar te wezen voor de massa. [https://www.dbnl.org/tekst/helm003sfin01_01/helm003sfin01_01_0011.php www.dbnl.org]

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘volksmennerij’ voor het eerst aangetroffen in 1838

Vertalingen

Engelsdemagogy
Fransdémagogie
DuitsDemagogie
Spaansdemagogia