dempen
/dɛmpən/
Betekenis
werkwoord
- (ov) dichtgooien met grond of ander vast materiaalDe werklieden gingen de gracht dempen.
- (ov) zwakker maken, verzwakken, temperenDe buren wilde graag het geluid dempen.Schokken (van een auto) of trillingen (van een brug) dempen gebeurt meestal met schokdempers.
Etymologie
* In de betekenis van ‘dichtgooien, temperen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1620
Uitdrukkingen
- Als het kalf verdronken is dempt men de put — Pas als het kwaad al gebeurd is pakt men de oorzaak aan.
Vertalingen
Engelsfill up, muffle, absorb
Franscombler, amortir
Duitszuschütten, zuwerfen, dämpfen
Spaansterraplenar, llenar, apagar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek