Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
dendroloog
mannelijk (de)/dΙndro'lox/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) (beroep) boomkundige
Etymologie
*afgeleid van het Griekse: Ξ΄ΞΞ½Ξ΄ΟΞΏΞ½ 'dendron' (boom)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek