denker
mannelijk (de)/'dɛŋkər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die veel nadenkt soms er zelfs zijn beroep van heeft gemaaktJournalisten, politici en denkers van diverse pluimage hebben de afgelopen jaren de noodklok geluid over onze democratie. Ons bestel is „geen lang leven meer beschoren” (schrijver David Van Reybrouck) of het is zelfs „helemaal kapot” (oud-minister Hans Hoogervorst); volgens de Raad voor het openbaar bestuur is het „vijf voor twaalf geweest”. Allemaal onnodige zorgen, zegt Van der Meer. Er ís helemaal geen crisis van de democratie. Op internationale ranglijsten over democratie, rechtsstaat en politiek vertrouwen staat Nederland steevast in de toptien, en uit opinieonderzoek blijkt dat het vertrouwen in de politiek niet structureel is gedaald. NRC Floor Rusman 12 januari 2017Om te beginnen moet het leven van de denker boeiend genoeg zijn en moeten er relevante gebeurtenissen te vertellen zijn.Als snelle denker kan ik niet van anderen verwachten dat ze mij meteen kunnen volgen.
Etymologie
* van denken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek