woorden
boek
Start
›
D
›
dentist
dentist
mannelijk (de)
/dɛn'tɪst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
tandheelkunde, beroep
(tandheelkunde), (beroep) tandheelkundige (zonder artsendiploma)
Etymologie
* van het Frans of Engels dent (tand)
Verwante woorden
dentaal
dentale
dentalen
dente
Dentergem
dentiste
dentisten
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← Dentergem
dentiste →