Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

derde kerstdag

mannelijk (de)/ˈdɛrdəkɛrsˌdɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kerst, feest (kerst) (feest) 27 december, een derde dag waarop men kerst viert
    Omdat men vroeger aan twee kerstdagen voldoende had heeft men derde kerstdag afgeschaft.

Etymologie

* , een verwijzing naar de tijd dat de viering van Kerstmis meerdere dagen duurde