Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
dertighoek
mannelijk (de)/ˈdɛrtəxˌhuk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wiskunde) meetkundige figuur met dertig hoekenZo publiceerde hij in 1602 de zijde van de regelmatige dertighoek in vele decimalen nauwkeurig, en in 1609, onder de titel 'Mathematicae Analyseos Triumphus of Triomf van de Mathematische Analyse', de zijde van de regelmatige negenhoek in 108 decimalen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek