destijds
/'dɛs'tɛits/
Wat is de betekenis van destijds?
destijds betekent: in die tijd
Betekenis
bijwoord
- in die tijd
bijvoeglijk naamwoord
- wat destijds aan de orde was
Voorbeelden van "destijds" in een zin
- Destijds was ik nog een klein jongetje.
- Hij was de destijdse president.
Etymologie
Genitief van de tijd (des tijds).
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek