destijds

/'dɛs'tɛits/

Wat is de betekenis van destijds?

destijds betekent: in die tijd

Betekenis

bijwoord
  1. woorden met artikelreferenties in die tijd
bijvoeglijk naamwoord
  1. wat destijds aan de orde was

Voorbeelden van "destijds" in een zin

  • Destijds was ik nog een klein jongetje.
  • Hij was de destijdse president.

Etymologie

Genitief van de tijd (des tijds).