detector

mannelijk (de)/de'tɛktɔr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) een onderdeel, een instrument dat wordt toegepast om een informatief signaal af te geven over één of meer technische grootheden (beweging, gas, temperatuur, druk enz.)
    Het poortje bij winkeldeur bevat een nieuw type detector.
  2. elektronica (elektronica) demodulator
    de kristalontvanger had als detector een loodkristal

Etymologie

* Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘opsporingstoestel’ voor het eerst aangetroffen in 1867

Vertalingen

Engelsdetector
Fransdétecteur
DuitsDetektor
Spaansdetector
Poolsdetektor
Zweedsdetector