detector
mannelijk (de)/de'tɛktɔr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) een onderdeel, een instrument dat wordt toegepast om een informatief signaal af te geven over één of meer technische grootheden (beweging, gas, temperatuur, druk enz.)Het poortje bij winkeldeur bevat een nieuw type detector.
- (elektronica) demodulatorde kristalontvanger had als detector een loodkristal
Etymologie
* Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘opsporingstoestel’ voor het eerst aangetroffen in 1867
Vertalingen
Engelsdetector
Fransdétecteur
DuitsDetektor
Spaansdetector
Poolsdetektor
Zweedsdetector
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek