deurbel

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdørbɛl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een instrument waarmee bezoekers aangeven dat ze aan de deur staan
    Omdat de radio hard stond kon hij de deurbel niet horen.
    Een van hun favoriete spelletjes stond op het punt van beginnen: talloze malen kort op de deurbel drukken totdat hun vader met een quasi kwaad gezicht opendeed.

Vertalingen

Engelsdoorbell
DuitsKlingel
Spaanstimbre