deuvekater
mannelijk (de)/ˈdøvəˌkatər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) soort zoet witbroodIn de twintigste eeuw heeft het leenwoord kerststol veel oudere namen verdrongen die voor onze traditionele kerstbroden in omloop waren, zoals kerstmik, kersttimp, kerstwegge of -wikke, deuvekater en het misschien hier en daar nog gebruikte woord kerststoet.{{ouds
Etymologie
*uitspraakvariant van "duivekater"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek