deux-pièces
mannelijk (de)/dø'pjɛs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) tweedelig damespakje bestaande uit jasje en rokZij was opzichtig gekleed in een klassieke deux-pièces met lange revers die glad om haar krakende heupen spande.
Etymologie
* (samenkoppeling) van deux en pièces
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek