diagonaal

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌdijaɣoˈnal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) rechte lijn die twee niet-opeenvolgende hoekpunten van een veelhoek verbindt
    Stel de formule op van deze diagonaal.

Etymologie

#schuin lopend vanuit een hoek naar de hoek er schuin tegenover.

Vertalingen

Engelsdiagonal
Duitsdiagonal
Spaansdiagonal, diagonal