dialect

onzijdig (het)/diaˈlɛkt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) een taalvariëteit met onderscheidende grammaticale, fonologische en andere kenmerken
    Ook het Surinaams-Nederlands is een dialect van het Nederlands.
  2. een niet-standaard taalvariëteit
    Het Nederlands kent verschillende dialecten.

Etymologie

*afgeleid van het Griekse 'légein' (spreken)

Vertalingen

Engelsdialect
Fransdialecte
DuitsMundart
Spaansdialecto
Italiaansdialetto
Portugeesdialecto
Russischдиалект
Poolsdialekt
Zweedsdialekt