diapason

mannelijk (de)/dijapa'zɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) stemvork
  2. muziek (muziek) algemeen aangenomen toonhoogte van de 'a' bij het stemmen van muziekinstrumenten

Etymologie

*afgeleid van het Griekse 'pasōn'

Vertalingen

Engelsdiapason, tuning fork
Spaansdiapasón