diapason
mannelijk (de)/dijapa'zɔn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) stemvork
- (muziek) algemeen aangenomen toonhoogte van de 'a' bij het stemmen van muziekinstrumenten
Etymologie
*afgeleid van het Griekse 'pasōn'
Vertalingen
Engelsdiapason, tuning fork
Spaansdiapasón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek