dichteres
vrouwelijk (de)/dɪxtə'rɛs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) vrouwelijker dichterAmerikaanse onderzoekers hebben berekend in welk seizoen de Griekse lyrische dichteres Sappho haar gedicht Middernacht schreef. Sappho was de grootste dichteres van de Oudheid en even beroemd als haar eerdere tegenpool Homerus. NRC George Beekman 26 mei 2016Ze had een hautaine, zowel gekwetste als neerbuigende blik, alsof ze een dichteres was die zich met tegenzin onder het ongevoelige gepeupel begaf. `Frarwaise; fluisterde de grote Griek en hij keek mij aan met een veelbetekenende blik, waarvan ik niet goed wist wat die betekende.
Etymologie
*afgeleid van dichter
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek