dichttrekken
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (erga) (meteorologie) (van de lucht) helemaal met wolken of mist bedekt worden
- (ov) door trekken sluitenOpgelucht trok ik de volgende ochtend de moteldeur achter me dicht, de frisse lucht in, met mijn rugzak vol eten voor de komende zes dagen.Er woei een ijskoude wind en Sint trok zijn warme rode mantel dicht om zich heen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek