dienstbaarheid
vrouwelijk (de)/'dinstbarhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het dienstbaar zijn
- verplichting of last aan het bezit van een onroerend goed verbonden (-> erfdienstbaarheid)
Etymologie
*afgeleid van dienstbaar
Vertalingen
Spaanssujeción
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek