diensttijd

mannelijk (de)/'dinstɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de tijd dat men moet werken of heeft gewerkt
    Een zelfmoordaanslag met een autobom heeft zaterdag 13 soldaten die in Turkijke in een bus zaten het leven gekost. 56 anderen raakten gewond. De soldaten waren buiten diensttijd naar de markt geweest in de stad Kayseri in Centraal-Anatolië. De aanslag draagt volgens de Turkse autoriteiten de signatuur van de verboden Koerdische PKK. Vorige week kwamen 44 mensen om bij een PKK-aanval in Istanbul. (BBC) NRC Maartje Somers 19 december 2016
  2. de tijd dat men in het leger werkzaam is
    Ze verleiden rekruten als Mao met hoge weddes, afschrijving van studieleningen, extra punten als zij na hun dienst willen promoveren, én belastingvoordelen tijdens en na hun diensttijd. Zeventig procent van de 400.000 nieuwe soldaten komt dit jaar rechtstreeks van de universiteit. NRC Oscar Garschagen 22 november 2016
    Nu was de jongen net als alle anderen opgeroepen en omdat hij dienstplichtig student was zou het een lange diensttijd worden met een officiersopleiding.