diepte
vrouwelijk (de)/'diptə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iets diep isDe diepte van dat zwembad is twee meter.De cirkel had zijn eigen perspectief, zodat het leek alsof hij diepte had, alsof de vrouw op de bodem van een waterput lag.
- bijzonder laag gelegen plaats, gewoonlijk onder de waterspiegelDe reuzenpijlinktvis is een bewoner van de diepten van de oceaan.Toen we boven op de berg waren zagen we het dorpje in de diepte liggen.
- geestelijke, emotionele diepgangZo hoef je niet na te denken, laat staan af te zakken naar de diepte waar woorden niet nodig zijn.
Etymologie
*afgeleid van diep
Vertalingen
Engelsdepth
Spaanshondura, profundidad, depresión
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek