Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

dierenschedel

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie, dierkunde (anatomie) (dierkunde) de schedel van een dier
    Jack rent door de gangen van Nella's brein, nat van het ijs, met een van Marens dierenschedels boven op zijn krullen.
    Denk je nu echt dat je verstand hebt van het leven daarbuiten omdat je een paar kaarten van de Indische Archipel aan je muur hebt hangen? Omdat je een paar reisboeken bezit en een paar rotte bessen en dierenschedels hebt verzameld? Weet je wel wat ik allemaal doe om jou een makkelijk leven te bezorgen? Jij weet niet waar je het over hebt.
    Haar verzameling dierenschedels is op de grond geveegd, en sommige zijn in grillige gele botscherven gevallen.