diergroep

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdirɣrup/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groep diersoorten
    Dat wij in de toekomst insecten gaan eten is pure noodzaak, door het toenemende tekort aan vis en vlees en door de milieubelasting die het eten van vis en vlees oplevert. Met naar schatting drie miljoen soorten zijn insecten de meest vertegenwoordigde en diverse diergroep op aarde. De in totaal tien triljoen exemplaren zijn voorlopig nog niet op. De Telegraaf 18 november 2014 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/885554/probleem-met-insect-eten-zit-tussen-de-oren Probleem met insect eten zit 'tussen de oren']
    "(…) Toen kwam de prachtige schedel te voorschijn", zegt Bleeker. Het diertje van waarschijnlijk 30 centimeter heeft als naam Palatodonta bleekeri gekregen, uit eerbetoon aan de Twentse amateur-paleontoloog. Wetenschappers uit Duitsland en Zwitserland onderzochten de vondst en kwamen tot de ontdekking dat het een nieuw soort zee-reptiel {{sic!|zeereptiel
    Over kleine kwalachtigen in Nederland is nog maar weinig bekend, daarom is het nog niet duidelijk of er binnen de diergroep verandering op gaat treden. Bijvoorbeeld door opwarming van het zeewater of door inheemse dieren die een kijkje komen nemen in de zeeën bij Nederland. Tubantia R. Koenes 27 maart 2014 [https://www.tubantia.nl/algemeen/minikwal-voor-het-eerst-in-nederland-gevonden-bij-texel~a333a137/ Minikwal voor het eerst in Nederland gevonden bij Texel]
  2. aantal dieren bij elkaar