Diesel

mannelijk (de)/ˈdizəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. motortechniek (motortechniek) motor, aangedreven door gasolie die fijn verdeeld in de cilinders gespoten wordt, waar zij door hoge druk en hoge temperatuur vanzelf ontbrandt
    Een diesel heeft geen bougies nodig want de brandstof ontbrandt spontaan door de hoge druk en temperatuur in de cilinder.
  2. voertuig dat met een dieselmotor wordt aangedreven
    Veel zakelijke personenauto's zijn diesels.
  3. iemand die langzaam maar gestaag kan doorgaan
    Vreemd genoeg had ik haar de afgelopen maand vele malen ingehaald maar kwam ik haar telkens weer tegen. Ze had het ritme van een trouwe diesel, stopte heel zelden en maakte lange dagen.
  4. aardolieproduct dat in aanwezigheid van voldoende zuurstof bij compressie vanzelf tot ontbranding overgaat en zo geen ontstekingsmechanisme nodig heeft
    In Nederland is een liter diesel goedkoper dan een liter benzine.

Etymologie

**[4] (verkorting) van dieselbenzine, dieselbrandstof of dieselolie

Vertalingen

Engelsdiesel
Spaansmotor diesel