diffusie
vrouwelijk (de)/dɪ'fyzi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) verbreiding (verspreiding) van een aantal deeltjes (in een vloeistof, gas of vaste stof)De diffusie verliep niet goed.
- (natuurkunde) ongelijkmatige terugkaatsing van warmte- of lichtstralen, verstrooiing
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vermenging (van vloeistoffen), verstrooiing (van stralen)’ voor het eerst aangetroffen in 1669
Vertalingen
Engelsdiffusion
Spaansdifusión
Portugeesdifusão
Poolsdyfuzja
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek