Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
dikdiks
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (evenhoevigen) Dikdiks, zo genoemd vanwege het geluid dat ze maken als ze gealarmeerd zijn, zijn kleine antilopes van het geslacht Madoqua dat bestaat uit vier soorten. Ze leven op de savannes van Zuid- en Oost-Afrika
Etymologie
* "dikdik" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek