dildo
mannelijk (de)/ˈdɪldo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (seksualiteit) seksspeeltje dat een penis nabootstMarjan genoot van het spelen met haar dildo.
Etymologie
*van """, in de betekenis van ‘kunstpenis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1970
Vertalingen
Engelsdildo
Spaansconsoladora
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek