diner

onzijdig (het)/diˈne/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) (enigszins deftig) warme avondmaaltijd
    Mijn schoonfamilie vond het diner behoorlijk sjiek, ze zochten dure woorden die zij passend vonden. Een neef van mijn partner riep uit dat hij het woord wist: „Haute couture.” NRC Julia van den Heuvel 20 maart 2015
    De tafels zijn hoopvol gedekt voor het diner, maar truckersrestaurant Le Mistral straalt een zekere mismoedigheid uit.
  2. voeding, feest (voeding), (feest) feestmaal met gasten
    De gemeenteraadsfractie van de ChristenUnie SGP stelt vragen over de besteding van de budgetten door de gebiedscommissies aan het stadsbestuur. Aanleiding is een diner dat de gebiedscommissie Hillegersberg-Schiebroek wil organiseren voor tweehonderd eenzame ouderen. Daarvoor reserveert de gebiedscommissie 20.890 euro. NRC Lucette Mascini 19 februari 2016
    De opsmuk van een uitgebreid diner was deze keer niet aan hen besteed.
  3. voeding (voeding) avondmaaltijd in het algemeen
    Wij aten ons diner in het hotel.

Etymologie

*van "dîner", in de betekenis van ‘avondmaaltijd’ aangetroffen vanaf 1782

Vertalingen

Engelsdinner
Fransdîner
DuitsEssen, Mahl, Mahlzeit
Spaanscena