diploma
onzijdig (het)/diˈploma/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (onderwijs) een bewijs van bevoegdheid, bewijs dat je een examen hebt gehaaldVijftig procent van de kinderen heeft een diploma gehaald bij de zwemclub.
- getuigschrift horende bij een prijsDe Nobelprijs bestaat uit een diploma, een medaille en een geldsom.
- document dat bestaat uit een blad dat dwars op de lengterichting doormidden is gevouwen
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bewijs van slagen voor examen’ voor het eerst aangetroffen in 1656
Vertalingen
Engelsdiploma, certificate
Fransdiplôme
DuitsDiplom
Spaansdiploma, graduación, título
Italiaansdiploma
Zweedsdiplom
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek