dippen

//

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets even in een vloeistof dopen
    Een chip in de dipsaus dippen.
  2. inerg, psychologie (inerg) (psychologie) tijdelijk in een negatieve stemming verkeren
    Nu de verkering uit is zal zij wel dippen.
  3. erga, wiskunde, elektronica (erga) (wiskunde), (elektronica) een kortdurende verlaging van een (meet-) waarde
    Bij het geleidelijk opvoeren van de frequentie zal de stroommeter bij de resonantiefrequentie even dippen.
  4. inerg, sport (inerg) (sport) bepaalde krachtoefening voor de bovenarmen

Etymologie

* In de betekenis van ‘eventjes indopen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1829

Vertalingen

Engelsdip, dip, dip
Franstremper
Duitseintauchen