distribueren

/dɪstriby'erə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) uitdelen, verspreiden, bezorgen, rondbrengen
    - Hij distribueerde de flyers in de stad.
    - PostNL distribueert veel pakketjes van webshops die zelf geen distributienetwerk hebben.

Etymologie

*afgeleid van het Franse distribuer of daarvoor van het Latijnse 'distribuere' (verdelen) (of 'tribuere' (toedelen, toekennen) )

Vertalingen

Fransdistribuer
Spaansdistribuir, repartir