dit

/dɪt/

Betekenis

voornaamwoord
  1. zelfstandig gebruikt
    Dit is een boek.
    `Ik weet het; zei de majordomus. 'Het was ijdele hoop dat dit u zou ontgaan. Ik vraag u met klem de grootmoedigheid op te brengen om mijn nederige excuses te aanvaarden. Deze uit de toon vallende decoratie is het jammerlijke gevolg van het enthousiasme van de nieuwe eigenaar.'
  2. met een onzijdig woord in het enkelvoud
    Ik houd van dit boek.
  3. als je iets met nadruk wilt aanwijzen
    Nee! dit is niet goed.

Etymologie

:: this (: þis)

Vertalingen

Engelsthis
Fransce, cette
Duitsdieses, dieser, diese
Spaanseste, esta
Italiaansquesto, questa
Portugeeseste, esta, isto
Russischэтот, эта, это
Chinees這, 此
Japansこの
Koreaans이, 이것
Arabischهذا, هذه, هذان
Turksbu
Poolsten, ta, to
Zweedsden här, denna