djahé

mannelijk (de)/ˈdjɑhe/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kookkunst (kookkunst) wortelstok van de gemberplant
    Schil de wortelstokken: de laos, de djahé en de kentjoer, en snijd ze fijn.
  2. kookkunst (kookkunst) gedroogde en gemalen wortelstok van gemberplant
    Gembersiroop is wel in de schappen van de supermarkt te vinden, net als gemberpoeder of djahé, een populair bestanddeel van oosterse kruidenmengsels.

Etymologie

*van "jahe"