djakken

/ˈɟɑkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) hard klappen met een zweep
  2. ov (ov) knallend neersmijten
  3. ov (ov) verkrachten
    Haar man was aan het boeken op een feestje en de vrouw werd gedjakt door zijn vrienden. Walgelijk toch.