djakken
/ˈɟɑkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) hard klappen met een zweep
- (ov) knallend neersmijten
- (ov) verkrachtenHaar man was aan het boeken op een feestje en de vrouw werd gedjakt door zijn vrienden. Walgelijk toch.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek