dochter

vrouwelijk (de)/ˈdɔxtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. familie (familie) een vrouwelijk kind
    Het brede neusje van onze dochter dat zo ver openstaat als ze juicht wanneer ze een doelpunt stopt.
    Met hernieuwde moed liep ik de berg af en vulde snel mijn lege waterflessen met het koele water uit het meer, waarbij ik moest terugdenken aan het advies van mijn dochter. Zij had me gevraagd om altijd een extra liter water mee te nemen, zodat ik nooit zonder zou komen.
  2. min of meer zelfstandig functionerend bedrijf waarvan de aandelen in bezit zijn van een holding of moedermaatschappij

Etymologie

:: duhitā́

Vertalingen

Engelsdaughter
Fransfille
DuitsTochter
Spaanshija
Italiaansfiglia
Portugeesfilha
Russischдочь
Koreaans
Poolscórka
Zweedsdotter