dochtertaal

mannelijk/vrouwelijk (de)/'dɔxtərtal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een taal die is ontstaan uit een andere taal
    Een taal evolueert niet de hele tijd in hetzelfde gezapige ritme, maar veeleer in korte opstoten van snelle veranderingen. Die opstoten doen zich voor wanneer talen splitsen, dat wil zeggen wanneer een moedertaal uiteengroeit tot twee onderscheiden dochtertalen.