doctor

mannelijk (de)/ˈdɔktɔr/

Wat is de betekenis van doctor?

doctor betekent: een academicus die een goedgekeurd proefschrift heeft geschreven

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een academicus die een goedgekeurd proefschrift heeft geschreven

Voorbeelden van "doctor" in een zin

  • Hij is laatst gepromoveerd van academicus tot doctor.

Betekenis en uitleg van doctor

Een doctor is iemand die een universitaire opleiding heeft afgerond en gespecialiseerd is in een bepaald vakgebied, vaak geneeskunde. Het woord wordt ook gebruikt voor artsen die patiënten behandelen en zorg verlenen.

Je gebruikt het woord 'doctor' meestal in de context van gezondheidszorg, wanneer je het hebt over een arts of medisch specialist. Ook in academische kringen wordt de titel 'doctor' gebruikt voor mensen die een doctoraat hebben behaald. Het kan dus zowel verwijzen naar medische professionals als naar academici met een hoge graad.

Voorbeelden

  • Na jaren van studie en onderzoek werd zij eindelijk doctor in de geneeskunde.
  • Tijdens het gesprek met de doctor voelde ik me gerustgesteld over mijn gezondheid.
  • De professor, die recentelijk doctor is geworden, gaf een inspirerende lezing over zijn onderzoeksgebied.

Woordoorsprong

Het woord 'doctor' komt uit het Latijn en betekent letterlijk 'leraar'. Het heeft zich ontwikkeld om zowel een onderwijs- als een medische betekenis te omvatten.

Veelgestelde vragen over doctor

Wat is de betekenis van doctor?

doctor betekent: een academicus die een goedgekeurd proefschrift heeft geschreven

Welk woordgeslacht heeft doctor?

doctor is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je doctor in een zin?

Voorbeeld: “Hij is laatst gepromoveerd van academicus tot doctor.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘academische graad’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1557

Vertalingen

Engelsdoctor
Fransdocteur
DuitsDoktor
Spaansdoctor
Italiaansdottore di ricerca
Poolsdoktor
Zweedsdoktor
Deensdoktor