dodijnen

/doˈdɛinə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) (een kind) zacht wiegen en in slaap zingen
    De moeder kuste haar huilende kind en dodijnde haar oogappel tot hij zoetjes sliep.
  2. inerg, verouderd (inerg) (verouderd) knikkebollen
    Eens zat de bejaarde man te dodijnen in zijn luie stoel.

Etymologie

*Ontleend aan het Franse dodiner, dat als klankschildering gevormd is. In de Franse kindertaal betekent dodo "slaap" of "bed".