doelhout
onzijdig (het)/'dulhɔut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de rand van een doel bestaande uit de beide doelpalen aan de zijkant en de lat boven het doelDe manschappen van coach Karim Belhocine namen al snel de touwtjes in handen op Stayen. De Carolo’s dirigeerden het spel en Morioka en Ilaimaharitra vonden elk een keer het doelhout.Kaminski was geklopt, maar de deklat bracht redding voor de Buffalo’s. 1-1 voor pogingen op het doelhout, 0-0 op het bord.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek