doelstelling

vrouwelijk (de)/ˈdulstɛlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een gewenste situatie die van te voren is vastgesteld waar naar toe gewerkt wordt
    Het ministerie zegt de doelstelling van de klimaatverdragen te gaan halen.
    Ik zocht naar een manier om mijn nieuw verworven houding thuis vast te houden en bedacht vijf doelen met concrete, meetbare doelstellingen.

Vertalingen

Engelsobjective, aim
DuitsZielsetzung
Spaansobjetivo