doetje

onzijdig (het)/'ducə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die te gemakkelijk doet wat een ander vraagt zonder kritisch te zijn
    Het doetje moet naar een assertiviteitstraining waar hij van zich leert bijten, maar hij weigert om te gaan.

Etymologie

*; In de betekenis van ‘sukkel’ voor het eerst aangetroffen in 1632