dog

mannelijk (de)/dɔx/

Wat is de betekenis van dog?

dog betekent: grote kortharige hond met brede kop

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grote kortharige hond met brede kop

Voorbeelden van "dog" in een zin

  • De Duitse dog, die ook Deense dog wordt genoemd, is een van de grootste hondenrassen.

Betekenis en uitleg van dog

Een 'dog' is een huisdier dat bekend staat om zijn trouw en vriendschap met mensen. Deze viervoeter is niet alleen een gezelschap, maar vaak ook een waardevolle hulp in verschillende situaties, zoals bij het jagen of als hulphond.

Het woord 'dog' gebruik je wanneer je het hebt over de huisdieren die we vaak als beste vrienden beschouwen. Dit kan in een informele setting zijn, zoals wanneer je praat over je eigen hond of het gedrag van honden in het algemeen. De term kan ook nostalgische of emotionele connotaties hebben, afhankelijk van de persoonlijke ervaringen van iemand met honden.

Voorbeelden

  • Mijn dog wacht elke dag trouw op me bij de deur als ik thuiskom.
  • Tijdens het uitlaten van mijn dog kwam ik een andere eigenaar tegen en we raakten aan de praat.
  • Honden zijn geweldige huisdieren, en elke dog heeft zijn eigen unieke karakter.

Woordoorsprong

Het woord 'dog' komt van het Oudengelse 'docga', een term die mogelijk verwijst naar een bepaald type hond. De precieze oorsprong is echter onduidelijk, maar het woord heeft zich ontwikkeld tot de algemene term voor honden in het Engels.

Veelgestelde vragen over dog

Wat is de betekenis van dog?

dog betekent: grote kortharige hond met brede kop

Welk woordgeslacht heeft dog?

dog is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je dog in een zin?

Voorbeeld: “De Duitse dog, die ook Deense dog wordt genoemd, is een van de grootste hondenrassen.

Etymologie

* van "dog", in de betekenis van ‘hondensoort’ aangetroffen vanaf 1546

Vertalingen

Engelsmastiff
Fransdogue
DuitsDogge
Spaansdogo, alano
Italiaansalano