doktersbezoek

onzijdig (het)/ˈdɔktərzbəˌzuk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) het bezoek van de patiënt aan de dokter
    De vrouw moest vaak met haar vader een doktersbezoek afleggen.
  2. medisch (medisch) het bezoek van de dokter aan de patiënt
    Na het doktersbezoek was de patiënt weer snel beter.